Keniaans Goud

24 januari 2017

Joost Leopold

Ik ben in Kenia, op oorsprongsreis. Ik bezoek koffieplantages en praat met mensen over de stand van de koffie in het land.
Koffie is gedoe. Koffie levert te weinig op. Minder dan de gebouwen die je kan neerzetten op dezelfde grond. Voor koffie is geen jongere meer enthousiast te maken. Het geeft vieze handen.
Na de Britse overheersing is koffieverbouw in handen gekomen van de Kenianen en is men puur goud gaan verbouwen. Keniaanse koffie geldt al jarenlang als een van de besten ter wereld en dreigt nu door verstedelijking te verdwijnen. De grondprijs levert in 10 jaar tijd 40x meer op. Doorgaan met koffieverbouw of overgaan op huizenbouw is een reële keuze.
Als ik een Keniaanse koffieboer de koffie van zijn land laat proeven die ik meegenomen heb uit Nederland reageert hij vol verbazing, zoiets lekkers heeft hij nooit eerder geproefd. Het tegenovergestelde van de bocht die in Kenia zelf aangeboden wordt. Waar suiker en melk de koffie een beetje drinkbaar maken. De koffieboer kent zijn eigen product niet eens!
Op zijn plantage gaat mijn hart sneller kloppen. Ik zie struiken vol bloesem en groene en rode bessen. Net als de Keniaanse koffieplukkers selecteer ik met zorg de meest rode rijpe koffiebessen. Ik pluk een emmer vol, druk de pitten eruit, laat de pitten weken en jubel bij elke stap. Dit is leuk!
Na een paar dagen heb ik een hand vol bonen. Ik ben trots als een goudzoeker met gevonden korrels. Maar dan bekijk ik de buit: wat een gedoe voor zo’n klein beetje.
Tegelijkertijd weet ik dat dit beetje het gedoe zeker waard is en dit heerlijk gaat smaken. Dit mag niet verdwijnen!
Aan ons dus de vraag:
Moeten wij de boer ervan overtuigen wat voor goud hij in handen heeft of moeten wij het goud naar de boer brengen door er meer voor te betalen?

Door: Joost Leopold
Deze column is gepubliceerd in Misset Horeca

De school

Locatie